Jongleren op zijn Frans

Mijn grasveldje is niet zo groot maar ‘k heb toch een aantal favoriete jongleerplekjes  in het groen. Zelfs een blinde tuinman weet direct waar die favoriete plekjes zijn. Tijdens het jongleren denk ik aan niets, maar af en toe betrap ik me bij een moment van onoplettendheid toch op een vreemde gedachte. Omdat ik in twee landen jongleer durf ik me al een beetje een internationale jongleur te noemen. Zo laat ik wat ballen vallen op het grasveld bij mijn ouderlijk huis in Nederland en zo sta ik in mijn eigen tuintje, in België, op mijn uitverkoren plekjes op het gazon patronen met ballen te verzinnen waar de honden geen brood van lusten. Het moet een droom zijn om ook nog eens in een of ander klein Frans gehuchtje une haute cascade te smijten. Zo noemen ze in Frankrijk een hoge cascade.

Weet u wat ik laatst bedacht tijdens het jongleren? Dat er tijdens de tijd dat ik leef een mens rondloopt die Vincent van Gogh nog persoonlijk heeft gekend! Dat is toch bijzonder! In een of ander klein Frans gehuchtje heeft die mevrouw, die inmiddels uit de tijd is, een winkeltje waar Vincent zijn verfspulletjes gaat halen. En als Vincent honger heeft dan koopt ie daar een brood, een stokbrood, én wat kaas aan een stukje. Het mag iets meer zijn, zegt ie maar dan op zijn Frans. Het is zo’n typisch Frans dorpje waar de mannen petanque spelen, Pastis en Absinth slurpen en waar de kleine mannen al op jonge leeftijd een aardig mondje Frans kunnen spreken. Behalve trucjes met een keukenmes en de speciale kwast kan Vincent niet jongleren en dat is jammer want anders heeft mijn favoriete kunstenaar nog meer overeenkomsten  met mij. Vincent en ik hebben behalve de kunstjes met de speciale kwast nog iets gemeenschappelijk. Vincent heeft net als ik een piepje in zijn rechteroor en wanneer het piept bij Vincent dan komt er van een trucje met de speciale kwast niet veel terecht en de landschapjes op dat moment trekken op geen klooten. Awel, als ik dat piepje heb in mijn rechteroor dan kan ik het jongleren wel vergeten, dat gaat dan zo slecht dat ik beter een trucje met de speciale kwast kan opvoeren op voorwaarde dat ik de toestemming van mijn vrouw heb.

Sinds ik jongleer ben ik niet meer in het buitenland geweest, behalve in Nederland dan, en ik zou dolgraag nog eens naar zo’n typisch Frans gehuchtje willen gaan. De jongleerballen én de petanqueballen gaan dan mee. Misschien heeft die mevrouw, die nog met Vincent van Gogh heeft gesproken, wel een dochter die nu de winkel uitbaat. Verfspullen heb ik voorlopig niet nodig maar ik ga wel naar die winkel toe. Dan kan ik later zeggen dat ik met een vrouw heb gesproken waarvan de moeder nog met Vincent van Gogh heeft gesproken. Net als Vincent wacht ik op mijn beurt en als ik honger heb dan koop ik er een brood, een stokbrood en wat kaas, aan een stukje. Het mag wat meer zijn, zeg ik. Maar dan op zijn Frans.

Geplaatst in Jongleerplezier en getagd met , .