Jongleren in het vooronder

Op een mooie dag besluit een simpele boerenkleinzoon om te gaan jongleren. Het lijkt de eerste zin wel van een jongensboek! Net zo’n boek als ‘ de Kameleon’ of zeven jongens en een oude schuit!’ Maar dan anders. De schrijver van dat jongensboek over die eenvoudige dorpsjongen weet niet dat zijn hoofdpersonage niet uit hetzelfde hout is gesneden als die jongens van die oude schuit. Die jongens zitten hele dagen op hun sloepje en kijken nog niet eens naar de meisjes. Die er ook in die tijd met bosjes vrij rondlopen. Mocht die jonglerende snuiter ook zo’n bootje onder zijn gat hebben gehad dan had ie daar zeker niet op staan te jongleren! Gelukkig weet die schrijver niet wat die mislukte scheepsjongen van Bontekoe allemaal uitspookt voordat de bel gaat als de lessen op school beginnen.  En nadat de bel gaat als de lessen op school zijn afgelopen. En tussen de momenten dat de bel gaat. Terwijl de jongens van de oude schuit de trossen lossen, worden er ergens anders in een of ander dorp andere trossen en knopen doorgehakt.

Ik zou best een bootje willen hebben en ik vraag me af of je op het water lekker kan jongleren. Bij hoge golven een lage cascade in het vooronder en bij kalme zee een shower aan bakboord. Of aan stuurboord, dat ligt er maar in welke richting we varen. Tijdens een balletje achter de rug moet je wel oppassen voor de giek! En met de wind in de zeilen gaat ie lekker! Weet u dat ik bij het lezen van de Kameleon ook wel eens droomde van zo’n gezellig bootje waarmee ik dan met een aantal vrienden op reis zou gaan om grote avonturen te beleven. We varen van het ene dorpje naar het andere dorpje en als het donker wordt gaan we voor anker.

Natuurlijk, dromen zijn bedrog want zoveel vrienden als in dat jongensboek zal ik nooit hebben en de vrienden die ik heb gaan niet met mij voor langere tijd op één boot zitten. Ik zou het wel over een andere boeg gooien. Niet in elk stadje een ander schatje en ik zou alleen nog maar fluiten naar de sluiswachter en een oude eenzame hond op de kade.

Op een mooie dag besluit een bijna zestigjarige boerenkleinzoon om te gaan jongleren. De meeste jongens van de Kameleon zitten inmiddels in een bejaardentehuis of zijn al uit de tijd. Er zijn meer jongensboeken, die ik heb gelezen en waarin jongens van alles doen en beleven dat ik ook zou willen. Wereldkampioen worden, bijzonder zijn en goed voor alle mensen en dieren zorgen, zoals Dik Trom. Lid zijn van een of andere toffe bende zoals ‘ De Zwarte hand’ van Pietje Bell!’ Maar nee hoor, den deze mag nog niet eens misdienaar worden wegens te lelijk. Hij mag zelfs het bord nog niet uitvegen van de juffrouw. Op schoolfoto’s mag ik nooit het bord vasthouden waarop het schooljaar is geschreven. Want dan moet je op de voorste rij zitten en dat is niet weggelegd voor een kind met een te groot hoofd.

Voorlopig kan ik een cascade met vijf ballen jongleren en dat wil ik die stoere zeebonken van de Kameleon of de oude schuit wel eens zien doen. Kan Pietje Bell een hele halve shower met vier? Kan Dik Trom een Mills Mess afgewisseld met een supersnelle ‘windmill?’ Ik moet Arendsoog en Witte veder nog maar met zes kegels samen zien jongleren! Het is dat mijn vader het allemaal niet meer kan meemaken anders zou hij zeker zeggen:”Ons Lowieke is een bijzonder kind en dat is ie!”

 

Louis Pals

 

Geplaatst in Louis Jongleerblog en getagd met , , .