Met vallen en opstaan, met laten vallen en oprapen

Als er nu iets is die je met vallen en opstaan leert is het wel jongleren. Met vallen en opstaan, met vallen en oprapen. Maar net als bij alle andere zaken die je onder de knie wil krijgen is het belangrijk dat je beseft dat juist het vallen, het laten vallen én het opstaan, het oprapen een signaal is dat er wordt geleerd. Ik probeer net niet te juichen als ik weer eens moet bukken maar eigenlijk zou ik dat wel moeten doen.

Een vreugdedansje om de gevallen ballen is wellicht overdreven. Ik heb gemerkt dat mijn hersenhelften heel gevoelig zijn voor negatieve uitlatingen tijdens het bukken. Ik probeer bij het bukken terug te gaan naar het moment dat de ballen nog heerlijk door het luchtruim vlogen. Net nog, de zon is al even onder en de ballen steken mooi af tegen de relatief lichte avondlucht. De ballen zijn geel maar hoog in de lucht zijn ze bijna zwart. Als het te donker wordt om hoge ballen te smijten dan hou ik het klein, lekker dicht bij mij. Ik heb afgesloten met de gewone eenvoudige oefeningetjes waarbij ik nauwelijks moet bukken.
Per ongeluk mis ik wel eens een bal maar door een of andere vreemde reactie vang ik de bal toch maar dan met de ‘verkeerde’ hand. Die hand is daar dan heel toevallig in de buurt en hij heeft zijn bal net omhoog gegooid. Dus die is vrij en kan een handje toesteken. Het lijkt erop dat er ineens zomaar uit het niets een nieuw kunstje is geboren dat in ieder geval voor mij nieuw is. Dat maakt het jongleren voor mij extra bijzonder.

Hoe trek ik geen jongleergezicht? 

Er is zoveel om aan te denken tijdens het jongleren. Ellebogen naast het lichaam, geen jongleergezicht trekken, doorgooien, handen open, met je kont schudden. Er gaan soms hele sessies voorbij dat ik niet in de gaten heb dat ik er weer een paar ben vergeten. Hoe trek ik in godsnaam géén jongleergezicht? Ja, dat kan ik oefenen bij een makkelijk patroon, ik probeer dan zelfs een gewoon gezicht te trekken. Heel af en toe, bij een heel simpel trucje kan er zelfs een lachje af. Als je lacht, of toch minstens een glimlach dan gaat het beter. Hersenhelften hebben graag dat het gezicht lacht. Dan functioneren ze beter. In je eentje staan te jongleren en dan maar lachen en met je gat schudden. De buurman ziet het allemaal gebeuren. Hij maait het gras, met een glimlach om zijn mond. Bij het grasmaaien is het minder belangrijk dat de ellebogen naast het lichaam blijven. Of er een grasmaaigezicht bestaat, weet ik niet en achter de grasmachine lopen met een schuddend gat heeft ook weinig nut. Maar die glimlach, mensen toch. Bij het grasmaaien is het minstens even belangrijk om goed gehumeurd te zijn als bij het jongleren. Een glimlach doet wonderen. Zowel tijdens de gelukte jongleerpatronen als ook bij het vallen en opstaan. Bij het laten vallen en het oprapen van de ballen of wat u ook de lucht in smijt en wat er dan ook voor u op de grond ligt.

 

Ga ook eens jongleren en word net zo happy als Louis Pals

Wilt u ook wel eens lekker naar hartenlust ballen laten vallen en oprapen? Ga dan eens een jongleertraining bestellen voor u en uw familie, voor de personeelsleden van uw bedrijf. Een reuze leuke training waar je wijzer van wordt, waar je bij kunt lachen, en waar je wellicht voor het eerst ontdekt wat jij met je collega’s gemeen hebt. Leer jongleren in een sessie van een uur.

Geplaatst in Louis Jongleerblog.